Radio 1 - De Ochtend
Het Nieuwsblad - De Standaard, 27/09/2008
Brussel Deze Week, 27/09/2008
Le Vif / L'Express, 03/10/2008
FM Brussel, 07/10/2008
Le Soir, 08/10/2008
La Libre 09/10/2008
La Dernière Heure 09/10/2008
BASTAARD, het verhaal van een Brusselaar
Le BASTAARD bruxellois
Flagey, 8/10/08Dames en Heren,
Mesdames , Messieurs,
Het is best een trotse bastaard die vandaag voor u staat.
Niet dat ik voordien geen boeken geschreven heb, maar mijn publicaties over liberalisme (“Een Vierde Weg?” en “Het Blauwe Boekje”) en over stedelijk beleid (“Stadslucht Maakt Vrij” en “The State of the City, the City is the State”) waren in mijn ogen (of moet ik zeggen: oren?) eerder Jazz: van Steely Dan tot Kind of Blue. Relevant, hopelijk. Swingend, wellicht. Maar soms wat hermetisch, waarbij er van de luisteraar-lezer wel iets gevraagd wordt.
Tandis que mon bouquin “Gruuten Dëst”, un tour à la découverte de 101 bistrots bruxellois, était plus du folk, un mélange de Kleinkunst flamand et de Chanson Française. Verminnen meets Brel, op café natuurlijk.
Het Bastaardboek dat ik u vandaag voorstel is van een heel andere muzikaliteit: een stevige brok Punk (meer Joe Strummer dan Johnny Rotten), een dosis Rock (zit er een kleine Bono Vox in mij?), een scheutje New wave voor de melancholie maar vooral veel Soul. Urban soul, urban energy, mag ik hopen.
Je me suis demandé: pourquoi ai-j’écrit ce livre?
Des questions de ce type-là, on ne se les pose heureusement que par après. L’écriture d’un livre se passe en fait, mis à part un niveau minimal de planning et de discipline, de façon assez organique.
Ceci dit, il y a plusieures raisons que je voudrai bien vous dévoiler.
Er was een minimum aan literaire ambitie voor nodig,dat tegelijk een maximum bleek te zijn: ik wilde namelijk het vervolg op “Arm Brussel” van Geert Van Istendael schrijven.
Van Istendaels standaardwerk is nu meer dan 15 jaar oud en hoewel het nog regelmatig geactualiseerd wordt, houdt het boek toch enigszins op aan het eind van de 20ste eeuw. Met enige pretentie mag ik wel zeggen dat ik een Brusselboek voor de 21e eeuw heb willen schrijven. Het is dan ook geen toeval dat “Bastaard” begint met een hoofdstuk over de demografische revolutie in de hoofdstad. Wie het feit van de veranderde bevolkingssamenstelling van de hoofdstad immers niet ziet, ontkent of onder de mat moffelt, loopt als politicus of als schrijver zijn eigen ondergang tegemoet.
Toch blijft de manier waarop Geert Van Istendael de Brusselse complexiteit vat, haar probeert uit te leggen aan niet-Brusselaars en ook de warme manier waarop hij voor en over zijn stad schrijft onnavolgbaar. De lezer zal dus oordelen of ik in deel 1 van mijn opzet geslaagd ben.
J’avais également, ceci n’est pas une surprise, une motivation politique. Or, Bruxelles se trouve selon moi sur un carrefour historique et devra faire de nombreux choix ou au moins répondre à un tas de questions. Comment positioner la ville devant le défi du multilinguisme, dans nos écoles, dans nos administrations? Que faire pour obtenir un ville accueillante sur le plan fiscal, au niveau de l’habitat à un prix abordable? Comment réussir un relation plus harmonieuse avec la périphérie dans le contexte d’une Communauté Urbaine? Et par quels moyens franchir le gouffre qui existe toujours au niveau culturel entre tout ce que Bruxelles a à offrir dans ses institutions francophones et néerlandophones? Comment réduire de façon substantielle la pauvreté dans notre ville-région? Comment renforcer l’identité bruxelloise sans nier le fait qu’elle composée de plusieures couches?
J’ai tenté de dessiner un début de réponse “Bastaard” à toutes ces questions.
Liefde voor de stad in het algemeen en voor Brussel in het bijzonder was een andere drijfveer. Ik weet het, niet iedereen houdt evenveel van de stad, om het zacht uit te drukken. Om van de ambivalente gevoelens die de meeste Belgen t.o.v. hun hoofdstad koesteren nog te zwijgen. Brussel uitleggen aan de rest van de wereld, het blijft dansen op een slappe koord en ook wel een beetje missionarissenwerk. Zelfs wij Brusselaars zien niet altijd even klaar in de kronkelende Art Nouveau-structuur en de Art Deco-gelaagdheid van al onze bestuursniveaus, van onze vele talen die Babel uitdagen en van alle 171 nationaliteiten die hier wonen.
Maar aan de andere kant, liefde overwint misschien niet alles maar toch veel. En dus heb ik een overdosis liefde in dit boek gestoken. “Love is all”, or almost anything… .
Ik hoop dus dat de lezer, nadat hij of zij het boek dichtgeklapt heeft nog even namijmert: een stad waarover met zoveel liefde geschreven is kan toch niet slecht zijn.
Qui parle d’amour pour sa ville, parle aussi d’amour pour sa mère, mère que j’ai perdu en septembre 2007. “Un jour, mon fils écrira” aurait-elle dit à une de ses soeurs. Eh bien, maman, ça y est, j’ai écrit. Et tu ne m’en voudras pas que je me suis inspiré de certains éléments de ta vie, bien remplie et intriguante. Non pas par exhibitionisme ni par simple technique de l’anecdote mais parce que ton parcours et celle de ta famille, de la mienne, de la nôtre dit parfois dix fois plus sur Bruxelles que quelconque théorie politique.
La ville devient mère, la mère devient ville.
Maar eigenlijk was de voornaamste reden dat het boek in mij zat en dat het eruit moest. Zo eenvoudig is dat. Drie, vier jaar zat ze al in mijn hoofd, de bezwerende muziek van de stad. De melodie, de riedeltjes, de gitaarriffs, de basslicks die nu een partituur geworden zijn en waarvan ik vooral hoop dat anderen ze niet letterlijk overnemen laat staan uitvoeren maar er eindeloos op blijven improviseren.
Dames en Heren,
Mesdames, Messieurs,
Op het boek, op alle Bastaards en op Brussel!
Sven Gatz