Hoofdstad heeft meer nodig dan Vlaams geld
We worstelen als Vlamingen al vele decennia met Brussel. Wat ooit een Brabantse stad was met het Nederlands als taal, is eerst een Belgische hoofdstad geworden met het Frans als dominante taal en is nu aan het vervellen tot een echte Europese hoofdstad, een kosmopolis van talen en culturen, even ondoorzichtig als intrigerend, vol problemen en tegelijk overlopend van mogelijkheden.
Wat doet Vlaanderen daarmee? Ooit slaagde een handige Vic Anciaux erin om in 1979 Brussel decretaal als Vlaamse hoofdstad te verankeren. Een goede keuze, al kwamen ook Antwerpen en Mechelen om heel andere redenen in aanmerking. Maar wat moeten we er nu mee, met die stad die we maar moeizaam doorgronden en begrijpen en waarvan we meermaals voelden dat zij niet echt van ons houdt?
Bluf
Waar Brussel dan wel van houdt? Van de Walen? Amper. Van de Franstaligen? Meer dan van de Vlamingen, dat wel. Van zichzelf? Misschien wel het meest. Brussel weet het zelf ook niet zo goed als wij soms denken. Het is de bluf van een stadsgewest dat eigenlijk door iedereen graag gezien wil worden. Dat vergeten we wel eens in Vlaamse politieke en economische milieus.
We moeten dus op zoek naar een stabiele relatie met onze hoofdstad. En dat gaat over meer dan centen. Money makes the world go around, dat wel, maar een liefdevolle relatie duurt langer. Een combinatie van ratio en emotie is altijd goed. Welke redenen zijn er eigenlijk om in Brussel te investeren? In elk geval meer dan een.
Er is een historische reden, ik zei het al: Brussel was ooit 'Vlaams' en dus is dat al voldoende om de band met de rest van Vlaanderen niet door te knippen. Dit is een argument dat vooral romantici zal bekoren. Het laat me niet geheel ongevoelig, maar is beslist onvoldoende om een toekomstgericht bondgenootschap op te grondvesten.
Natuurlijk bestaat er ook de politieke reden: Vlaanderen laat Brussel niet los. Prachtige trouvaille van Lode Craeybeckx, eertijds burgemeester van Antwerpen. Het probleem is dat deze slogan verworden is tot kretologie. Het is een zin die Vlaamse politici vandaag debiteren als ze op veilig willen spelen en bij god niet zouden weten wat ze anders over Brussel zouden moeten zeggen. Men doet er niets verkeerds mee, maar in feite zegt men ook bijna niets, want wat betekent dat dan concreet, 'Brussel niet loslaten'? Overigens is het spierballengerol van de 'fédération Wallonie-Bruxelles' hier het perfecte spiegelbeeld van.
Daarnaast is er ook een strategische reden. Het is in de politiek immers niet verwerpelijk te rekenen, te plannen. Vlaanderen zou dus kunnen overwegen om in Brussel te investeren louter om sympathie op te wekken, om door kwaliteit in bijvoorbeeld scholen en cultuurcentra het bewijs te leveren dat men het goed voorheeft met de stad. En inmiddels stilletjes te hopen dat men daarmee zieltjes kan winnen, dat men het electorale aandeel gestaag kan vergroten. De realiteit heeft tot nog toe echter uitgewezen dat deel een van de redenering wel klopt maar dat deel twee vooralsnog een weliswaar hardnekkige luchtspiegeling blijkt.
We kunnen ook een taalpolitieke reden bedenken. Zelfs als er daardoor niet méér Brusselaars op Vlamingen en Nederlandstalige kandidaten stemmen, kan het opportuun zijn om in een 'grensgebied' te investeren in culturele aanwezigheid, een beetje zoals men taallessen aanbiedt in Frans-Vlaanderen of scholen ondersteunt in Aruba. Het is wat de provincie Québec in Montréal doet, afgedwongen met taalwetten.
Maar Marx' theorie indachtig dat de economische onderbouw de culturele bovenbouw beïnvloedt, is het misschien nog beter om in Brussel te investeren omwille van economische redenen? De Vlaamse economie is op twee manieren onlosmakelijk verbonden met Brussel. Via de zogenaamde Vlaamse Ruit, een denkbeeldige ruimte tussen Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven, die een Europese economische speler vormt die de concurrentie aankan met Randstad Holland, het Ruhrgebied en zelfs voor een stuk met l'Ile de France en de Londense City. Maar op een meer lokaal niveau is het brede metropolitane gebied rond Brussel - sommigen noemen het de Vlaamse Rand, anderen la Périphérie - met de luchthaven van Zaventem en de industriezones rond de Brusselse Ring een Siamese tweeling met de hoofdstad zelf. En wie dat weet en tegelijk niet investeert in het hart van dat gebied zou wel erg dom zijn.
Toch bestaan er ook nobeler redenen: de ethische reden die zegt dat Vlaanderen zijn maatschappelijk aandeel in Brussel wil opnemen om daar allerlei noden mee te lenigen. Dan gaat het over inburgering aanbieden aan migranten, kinderen een plek op school geven, mensen verzorgen in een ziekenhuis. Daar valt wat voor te zeggen.
In verlengde daarvan ligt de sociale reden. Het ommeland rond de stad is welgesteld en zelfs rijk. Het Brussels Gewest zelf kreunt onder een enorme dualiteit tussen de riante zuid- en oostkant (alles wat rond het Zoniënwoud en de Europese instellingen ligt) en de soms uitzichtloze armoede van de kanaalzone (delen van Schaarbeek, Brussel-stad, Molenbeek, Sint-Joost-Ten-Node en het Anderlechtse Kuregem). De Vlaamse regering kan daar door gerichte acties een milderende rol in spelen.
Er is natuurlijk ook gewoon een federale reden. We leven in een federaal land met een federale hoofdstad, een ontmoetingsplaats voor de verschillende gemeenschappen, gewesten, talen en culturen ervan. Dan is het ook logisch dat de Vlaamse Gemeenschap uit federale loyaliteit haar duit in het zakje doet. Tussen haakjes, zelfs in een confederale logica gaat het voorgaande nog steeds op. In een onafhankelijkheidsscenario, dat ik absoluut niet deel, vervallen natuurlijk veel van de voorgaande redenen.
Wie vooruitkijkt, ziet beslist ook een Europese en internationale reden. In een steeds grotere globalisering is het beslist aangewezen dat Vlaanderen in zijn vlakbij gelegen Europese hoofdstad zinnige investeringen doet in de verbetering van welzijn en welvaart. Zeker omdat het imago van Vlaanderen op bepaalde delen van het internationale forum niet echt goed te noemen is.
Eigenbelang
En voor wie nu nog niet overtuigd is, blijft er natuurlijk altijd de tiende en ultieme reden over, die van het eigenbelang. Zelfs al vindt men alle voorgaande argumenten om diverse redenen zonder grond, voorbijgestreefd of zinloos, dan zal men toch moeten erkennen dat de Vlaamse betrokkenheid in Brussel afbouwen of verminderen gewoon geen optie is, al lijkt het misschien zo. Nu al immers is er een grote druk van verstedelijking, verfransing, ontnederlandsing, europeanisering, internationalisering (noem het hoe je wilt) vanuit Brussel op de Vlaamse Rand. Dat is normaal en zelfs onontkoombaar. Het is eigen aan het uitdijen van iedere stad, alleen komt er bij ons nog een taaldimensie bovenop, wat de kwestie nog een pak emotioneler maakt. Als men nu zou overwegen die Vlaamse investeringen in onderwijs, cultuur en welzijn in alle wijken van Brussel terug te schroeven of erg zuinigjes beginnen invullen, onder het motto 'waarom moeten wij met ons Vlaams geld die anderstaligen in een hoofdzakelijk Franstalige stad ondersteunen?', zal die druk op de Rand alleen maar toenemen. Vandaag is er daarover vooral gejammer te horen in de Vlaamse gemeenten die onmiddellijk aan Brussel grenzen, maar in mijn meest donkere scenario, waarin sommigen in Vlaanderen - meegesleurd in de maalstroom van het centennationalisme - hun eigen portemonnee boven het algemeen belang zouden plaatsen, zal die verstedelijking pijlsnel voelbaar zijn tot aan de poorten van Aalst, Mechelen, Leuven (en ook die van Waver en Nijvel). Een verstandige Vlaming schiet zich toch niet in de eigen voet?
Net nu Brussel een nooit geziene demografische hausse kent, zijn de uitdagingen er groter dan ooit. Geen goed moment dus om de relatie tussen Vlaanderen en Brussel 'on hold' te zetten, eerder een uitgelezen gelegenheid om de banden aan te halen.
Er zijn mooiere dingen in het leven dan een verstandshuwelijk. Maar liefde kan ook groeien.
?

