Open VLD Brussels Parlement - Tel: 02/549.66.60 - Fax: 02/549.65.92 - info@vldbrussel.be

Tout ce que vous voulez savoir sur la réduction urbaine

14 juillet 2007

Sven Gatz

Ces derniers jours, beaucoup d'articles ont été publié sur la réduction urbaine, une réduction fiscale pour les citadins. Il s'agit de l'un des points à l'agenda, les plus remarquables repris dans le mémorandum des échevins bruxellois flamands  et des présidents des CPAS, adressé au nouveau Gouvernement fédéral. Pourtant l'idée d'une réduction urbaine n'est pas nouvelle. Il s'agit d'un cheval de bataille libéral introduit il y a quelques années par le Député flamand Sven Gatz.

Qu'est-ce que la réduction urbaine?

Il s'agit d'un encouragement pour attirer les revenus moyens vers la ville et donc de contrer l'exode urbain. Les personnes qui viennent s'installer en ville, coûtent moins à l'état : moins en frais d'environnement, moins en frais de déplacement et moins dans de nombreuses infrastructures communes. Venir habiter en ville doit être encouragé, voire même récompensé. On pourrait par exemple diminuer le précompte immobilier dans les villes. Le réduction urbaine implique que le calcul du précompte immobilier en Région bruxelloise tienne également compte du prix des dispositifs utilitaires par habitation faisant en sorte que ceux qui habitent dans des territoires fortement peuplé paient  moins de précompte immobilier.

La réduction urbaine ne date pas d'hier!

1. Avril 2004: Dans le « Manifeste libéral urbain » , le Député Sven Gatz a développé l'idée d'une réduction urbaine. L'objectif est de lancer un débat politique et de donner du contenu à un vision libérale de la ville.

2. Novembre 2005: Sven Gatz, Christian Leysen et Sas van Rouveroij présentent à Anvers le livre qui a pour thème la ville « L'air urbain rend libre ». Un livre qui ne part part des problèmes urbains, mais de l'opportunité et des chances que les villes ont à offrir.

3. Mars 2006: lors du congrès électoral à Anvers, les membres du VLD ont abordé le programme pour les élections communales et provinciales. Sous la co-présidence de Sven Gatz, la politique urbaine et la réduction urbaine ont reçu une place de premier plan dans ce programme.

4. Juin 2007: la réduction urbaine est l'un des trois points figurant au programme du Plan bleu pour Bruxelles. En date du 11 juillet 2007, l'idée se trouve sur une liste de desiderata des échevins bruxellois flamands et des Présidents de CPAS, sous la direction de Président du conseil et Chef de groupe de l'Open VLD Jean-Luc Vanraes, adressé au nouveau Gouvernement fédéral.

Extrait du Plan bleu pour Bruxelles:

Rendre plus attractif la vie en ville

La réduction urbaine

Acquérir une propre habitation à Bruxelles est un excellent investissement. Et cela continuera de l’être: c’est un
placement qui ne perdra pas de sa valeur, bien au contraire. Mais pour pouvoir investir, il faut savoir surmonter les
obstacles. Contracter un emprunt ou trouver des fonds soimême. Ces obstacles sont souvent très importants.
Les personnes qui habitent en ville, coûte moins chères à l’état; moins de frais d’environnement, moins de frais de
transport, et moins cher pour les nombreuses infrastructures collectives. Et comme l’exprime très bien le slogan « L’air de la ville rend libre », une vie urbaine dynamique donne une bouffée d’oxygène à l’ensemble du pays.

Voilà pourquoi, nous souhaitons encourager les gens à venir habiter en ville, voire même les en récompenser.
Comment ?

1. En diminuant à nouveau les droits d’enregistrement, aussi bien lors de l’achat d’une première habitation que lors d’une « revente ». Nous voulons ainsi rendre fiscalement attractif l’achat d’une plus grande habitation grâce à la revente d’une plus petite. Pour ceux qui déménagent d’un propre flat à un appartement, et qui souhaitent acquérir plus tard une maison, le fait d’habiter à Bruxelles reste un choix réalisable.

2. En diminuant le précompte immobilier dans les villes. Les personnes qui habitent en ville, doivent pouvoir bénéficier d’un « bonus fiscal » ou d’une réduction fiscale. Il revient au Fédéral de combler la différence de revenus pour les communes et la Région de Bruxelles-Capitale.

3. En construisant des logements sociaux à loyer fixe. Cela est possible grâce à la construction de nouveaux logements sociaux, aux chèques-logement sociaux ou en louant des habitations privées via des agences sociales immobilières. 10% du nombre total des habitations à Bruxelles pourrait ainsi être mis à disposition.

Extrait de: Vlaanderen (mentaal) verstedelijken
Sven Gatz, Christian Leysen, sas van Rouveoij m.m.v. Johan Basiliades (2004)
volledige bijdrage

"Op korte termijn willen wij nochtans die keuze keren. Een goed voorstel is om Vlamingen die naar de stad verhuizen geen registratierechten moeten betalen op de aankoop van een woning en daarbovenop de eerste drie jaar geen onroerende voorheffing moeten betalen. Dit is een drastische ingreep om de trend stadsvlucht onmiddellijk te keren en de dynamiek van stadsvernieuwing te ondersteunen.

Op langere termijn zijn er meer structurele fiscale maatregelen nodig. Een goed uitgangspunt zou zijn om naast de geschatte waarde van een eigendom voor de fiscus (wat het nu KI is), ook meer en meer rekening te houden met een soort geschatte maatschappelijke kost van een eigendom voor de fiscus. Dit criterium kan het best berekend worden aan de hand van de bevolkingsdichtheid. Hoe dichter bevolkt een gemeente, hoe lager de kost voor de staat is inzake algemene dienstverlening en infrastructuur (scholen, ziekenhuizen, huisvuilophaling, postbedeling, openbaar vervoer, wegen, riolering, bibliotheken, …). Wij stellen voor om een coëfficiënt bevolkingsdichtheid te bepalen en die af te trekken van de registratierechten bij aankoop, van de onroerende voorheffing en van de personen- en vennootschappenbelasting.

Terecht hebben we in België in de afgelopen decennia en verregaande staatshervorming doorgevoerd met eigen financiële middelen voor de regio’s. Dit kwam tegemoet aan een duidelijke evolutie naar meer Vlaamse zelfstandigheid. Maar in heel de federale structuur hebben we die andere evolutie, de stadsvlucht en het verminderend financieel draagvlak van de steden uit het oog verloren. Vandaag stellen we vast dat steden een essentiële rol spelen in de welvaartcreatie. Het is dan ook hoogtijd om een grootstedelijke staatshervorming door te voeren. Steden als Brussel, Antwerpen, Gent en Luik moeten omgevormd worden tot stadsgewesten los van de provincies. Ze moeten een eigen financiering krijgen.

De fiscale voorstellen op basis van de bevolkingsdichtheid zullen uiteraard voelbaar zijn voor die dichtbevolkte gemeenten. De gemeenten worden grotendeels gefinancierd door de onroerende voorheffing. Het terugverdieneffect van deze maatregelen alleen zal niet volstaan om dat verlies te compenseren. Om de stedelijke gemeenten financieel te compenseren dient zowel de financieringswet als het gemeentedecreet gewijzigd te worden, als ook de personenbelasting aangepast. De meest voor de hand liggende regel is hier de bevolkingsdichtheidcoëfficiënt omgekeerd toe te passen en extra middelen aan dichtbevolkte gemeenten toe te kennen in de in het gemeentedecreet, en aan stadsgewesten in de financieringswet. Daarbovenop lijkt het ons ook rechtvaardig om een deel van de personenbelasting te betalen in de gemeente waar men werkt.

Met deze voorstellen voor fiscale en institutionele hervormingen menen wij enkel een scheeftrekking uit het verleden recht te zetten. De fiscaliteit moet aan de huidige realiteit worden aangepast. Dit zouden duidelijke stimuli zijn om de reeds bestaande trend naar de stad aan te moedigen.

Maar het promoten van de stadscultuur in Vlaanderen houdt meer in dan wonen en ondernemen in de stad fiscaal aantrekkelijk te maken. Vlamingen moeten ook “mentaal” verstedelijken. Verkaveld Vlaanderen zal niet plots van de dag op de andere massaal naar de stad verhuizen. De stad blijft alsnog beladen met grote vooroordelen bij de Vlaming onder de kerktoren en de Vlaming in de landelijke woonwijk. Onbekend is onbemind. "

Extrait de: Sterke schouders onder de toekomst
Congrestekst Gemeente en provincieraadsverkiezingen van 8 oktober 2006
Aangenomen op 11 en 12 maart 2006
volledige tekst

" Open steden, welvarende regio

In de globale vrije markt moet de nationale staat als traditioneel kader waarbinnen welvaart wordt gecreëerd en economisch beleid wordt gevoerd het vaak afleggen tegen nieuwe sterke regionale dynamieken. In deze internationaal waarneembare regionale context hebben steden hun aloude functie als regionale motor van economische vernieuwing herwonnen. Naast de grote en traditioneel sterke stadsregio’s als New York, Londen, Parijs, Hong Kong, Singapore, hebben ook kleinere steden als Rijsel (Nord-pas-de-Calais), Barcelona (Catalonië), Bilbao (Baskenland); Dublin (Ierland), Glasgow (Schotland), Montreal (Québec), … een internationale status verworven.

Deze steden rivaliseren met elkaar op Europees en wereldvlak in het aantrekken vantalent, in het verankeren van nieuwe economische activiteiten die vaak voortkomen uit nieuwe toepassingen van technische mogelijkheden, in aantrekkelijkheid qua stedelijke levenskwaliteit, als congrescentra, als zetel van internationale instellingen en ondernemingen. Dit is bij uitstek voor liberalen een kans om Vlaanderen hier een rol van betekenis in te laten spelen, om terug aan te sluiten bij de Vlaamse stedelijke traditie waar stadslucht vrij maakt, waar een liberale “state of mind” heerst, waar tolerantie, democratie, welvaart en ondernemerschap samenvallen. Vlaanderen is historisch gegroeid rond een aantal sterke stedelijke polen, ze zijn vandaag nog steeds internationaal het uithangbord van Vlaanderen en alles wijst erop dat deze polen in de nabije toekomst in toenemende mate een belangrijke rol zullen spelen voor Vlaanderen.

Stedelijkheid vormt een belangrijk aandachtspunt doorheen deze congrestekst. De VLD stelt daarom voorafgaand de volgende resoluties voor om stedelijk Vlaanderen op de Europese kaart de plaatsen:

7. De VLD wil overleg tussen de Vlaamse grootsteden en de centrumsteden om via specialisatie en samenwerking samen als Vlaams Stedelijk Netwerk de Europese concurrentie aan te gaan. Ook met Brussel als Hoofdstad van Vlaanderen, maar ook van Europa en België, moet een sterk partnerschap bestaan. Hierbij moet ook het kerntakendebat rond de rol van de steden opnieuw worden gevoerd, bvb. Met betrekking tot de Vlaamse culturele instellingen.

8. De liberalen willen ook de economische en culturele centrumfunctie van de grote en kleine steden, die het Vlaams stedelijk netwerk vormen, versterken. In de steden komt niet enkel het Vlaams erfgoed tot uiting en bloeit het cultureel leven, diezelfde steden zijn voor een regio ook de centra van het uitgaansleven, de ontspanningmogelijkheden, het flaneren en winkelen. Het is van essentieel belang dat er in Vlaanderen, ook buiten de steden, een draagvlak bestaat over het belang en de rol van onze steden voor onze toekomstige welvaart.

9. De VLD wil de steden laten uitgroeien tot ideopolissen, waar via een goede samenwerking tussen de universiteiten, hogescholen, de culturele wereld, ondernemerswereld en de sociale sector nieuwe dynamieken en wederzijdse kruisbestuiving kunnen ontstaan. We denken in het bijzonder aan ruimte voor experiment op cultureel vlak, aan bedrijvencentra voor jonge ondernemers, aan incubatiecentra voor toepassingen van nieuwe technologieën in de steden.

10. Het stedelijk beleid moet de ambitie hebben om via stadsverfraaiing, gelijke kansenbeleid en onderwijs de toenemende culturele diversiteit van Vlaanderen, dat in eerste instantie in onze steden tot uiting komt, in een duurzaam en leefbaar kader onder te brengen. De liberale individuele emancipatiegedachte is hier onze leidraad. Maar het stedelijk beleid kan ook via de fiscaliteit, via dienstverlening, via soepele openingsuren van de stadsdiensten, via flexibele kinderopvang, door aanbod aan parken, door het garanderen van veiligheid en bestrijden van overlast, wonen en ondernemen in de stad aantrekkelijk maken voor de hardwerkende Vlamingen en zo de stadsvlucht van de middenklasse tegen gaan, en zelfs omkeren.

11. Stedelijke levens- en woonkwaliteit moet middengroepen de weg naar de stad wijzen. In het bijzonder wil de VLD als stimulans een “stadskorting” invoeren. Deze houdt in dat de berekening van de onroerende voorheffing in Vlaanderen ook rekening houdt met de kostprijs aan nutsvoorzieningen per woongelegenheid waardoor wie in dichtbevolkte gebieden woont een lagere onroerende voorheffing betaalt.

12. Wie in Vlaanderen kiest voor respect voor het platteland en respect voor open ruimte, moet de lijn doortrekken en kiezen voor stadsverdichting en aantrekkelijke steden. Door naast bos- en zeeklassen ook stadsklassen in het onderwijs te organiseren kan de jeugd haar steden leren kennen. Dit is maar één maatregel om de steden op termijn bij de Vlamingen te promoten als een plaats om te wonen, te werken, maar ook om te winkelen, te ontspannen en cultuur te beleven.

13. De VLD wil bouwen aan een internationaal positief en boeiend imago van de Vlaamse steden en gemeenten in het buitenland. Door regelmatige culturele, economische,... acties spelen de steden hun troeven uit waardoor het internationaal toerisme er floreert en een bron van inkomsten en welvaart vormt voor de middenstanders en hun werknemers. "